Marjorie Eberlé-Gotlib

Hoewel er geen woord van voorzegging in het Bijbelboek Jona staat, is het een volledige profetie betreffende de geschiedenis van het Joodse volk. Jona is er een schildering van.

Israël werd immers, net als Jona, door God uitgekozen om Zijn volk en Zijn getuige te zijn. In Deut.14:2 zegt de Eeuwige: “Want u bent een volk dat de Heer, uw God, heilig is en u heeft de Heer uitverkoren  om Hem een eigen volk te zijn, uit al de volken die op de aardbodem wonen”.

 

En in Ez.20:5 herhaalt Hij: “Zo zegt de Here Here: ten dage dat Ik Israël uitverkoos zwoer Ik een eed aan het geslacht van het huis Jacobs en Ik maakte Mij aan hen bekend in het land Egypte; ja, Ik zwoer hun een eed zeggende: Ik ben de Heer uw God”.
En zo kreeg Israël, net als Jona, een opdracht van God. Duidelijk vinden we dit in Jesaja 43:10-12 en 44:8. En  precies zoals Jona was ook Israël ongehoorzaam aan de wil van God, zoals we lezen in Ex.32:1-4; Richt.2:11-19; Ez.6:1-5; Marcus 7:6-9.

En zoals Jona zich tussen mannen van verschillende nationaliteiten bevond, is Israël over de gehele aarde verstrooid geworden, zoals Deut.4:27 en Ez.12:15 vertellen.
Terwijl Jona overboord gezet werd en voorbestemd leek te zijn om door zeedieren opgevreten te worden, werd hij door een zeemonster op miraculeuze wijze gespaard en in stand gehouden.
Zo is ook Israël in het plan van God op een wonderlijke wijze in leven gehouden als één volk, ondanks 2000 jaar ballingschap uit hun land, levend in de diaspora te midden van alle volken der wereld. Uit meer dan 143 landen zijn ze nu aan het terugkeren. De profeet Jeremia moest dit al aankondigen: Jer.30:11; 31:35-37.

En net zoals Jona uiteindelijk de opdracht waartoe God hem geroepen had, zou vervullen tot redding van de inwoners van Ninevé, zo zal ook het Joodse volk uiteindelijk haar opdracht gaan vervullen tot zegen van alle volkeren. Vele profeten hebben van deze tijd gesproken zoals bijv. Jesaja in 2:1-5. In een visioen over Juda en Jeruzalem ziet Jesaja alle volkeren optrekken naar de tempelberg terwijl ze zeggen:

“Laten wij optrekken naar de berg van de Here en naar de tempel van Jacobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.”
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer.
Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is" (Jes. 2:1-5, NBV).

Zo groot is God, de enig ware God, die het verlorene en het vijandige zoekt en herstelt, tot meerdere glorie van Zijn grote Naam.

Uit: M.W. Eberlé-Gotlib, commentaar op het Bijbelboek Jona. 
Volledige commentaar te bestellen in boekvorm zie Bijbelstudie boeken


Citaten

Het Oude Testament staat vol voorzeggingen van een nationaal herstel van Israël. Mozes en alle profeten scheiden deze twee gebeurtenissen nooit van elkaar: De tijdelijke verstrooiing en langdurige ellende van dat volk als gevolg van zijn zonde, zijn bekering in het laatst der dagen tot de HEERE en tot de Messias, de zoon van David, door de trouw van zijn God.


(Isaäc da Costa, Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heere Jezus Christus in heerlijkheid, aangeboden aan de Vergadering van Evangelische Christenen te Parijs, in hun zitting van 30 augustus 1855)