Bijbelcommentaar van M.W. Eberle-Gotlib - Efeziërs

Bijbelcommentaar van M.W. Eberle-Gotlib - Efeziërs
Datum:
04 april 2020
Downloads:
7 x

Alle brieven van Paulus beginnen op dezelfde manier. Zoals in zijn tijd gebruikelijk was noemt hij eerst de naam van de briefschrijver, dan aan wie het is gericht en dan volgt de begroeting. Maar die gebruikelijke schrijfwijze wordt op een hoger peil gebracht; immers worden de schrijver zowel als de lezers beschreven met betrekking tot hun verhouding tot God in de Messias, en de gebruikelijke groet is een Messiaanse zegenbede geworden. Paulus geeft zichzelf meesttijds de titel van apostel. Het betekent eigenlijk gezondene en spreekt van een groot voorrecht, maar ook van de goddelijke dwang van de opdracht die hem opgelegd werd. Hij kon niet anders denken over zichzelf in zijn verhouding met anderen dan in termen van zijn zendingswerk (2Korinthiërs 5:16). Want Paulus is, wat hij is, door de wil van God; en dat is niet louter een toestemming daartoe; dat maakt het gebruik van het woord wil (van God) in zowel vers 5, 9 en 11 van Efeziërs 1 ons duidelijk.

 

Licentieovereenkomst

© Copyright 2014.
Eerste uitgave 2001.
Herziene uitgave 2014.
Niets uit deze uitgave mag worden veranderd en vervolgens openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Uitgave en redactie: Studieboeken M.E.G.

Contactadres:
Studieboeken M E G – Postbus 38 – 4286 ZG Almkerk

Ik ga akkoord met de voorwaarden zoals hierboven beschreven
 
 
Powered by Phoca Download

Citaten

Toen rabbi Jitschak Meïr nog een kleine jongen was, bracht zijn moeder hem eens bij de maggid van Kosnitz. Toen vroeg iemand hem: Jitschak Meïr, ik geef je een daalder als je mij vertelt waar God woont. Hij antwoordde: “En ik geef je twee daalders als jij me kunt vertellen waar Hij niet woont


(Onbekend)