Thea Ornstein

Op 11 maart viert het Joodse volk het Poerimfeest, een van de vrolijkste feesten op de Joodse kalender. Het is het gedenken van Gods overwinning door Esther in het gemene plan om het Joodse volk uit te moorden. Het ontbreken van Gods naam in dit Bijbelboek is in wezen onbelangrijk in verhouding tot de centrale boodschap van het boek Esther. Zelfs wanneer we zouden denken dat Hij er niet is, is Hij er toch. Altijd is Hij achter de schermen bezig met het regelen en het uitvoeren van de bijzondere gebeurtenissen opdat Zijn soevereine wil wordt volbracht.

Licht na duisternis

Wonderlijk is het te bedenken hoe de verschrikkelijke gebeurtenissen in het boek Esther parallel lopen met die in nazi-Duitsland. Het complot van Haman om het Joodse volk uit te roeien en de nazi-agenda die moest leiden tot de totale verdelging van de Joden in Europa zijn ons bekend. De nazi's spraken over ‘de afdoende oplossing van het probleem’. Maar onze God, de Almachtige, verhinderde beide plannen zodat we nu zien en weten: ‘am Jisraeel chai’, het volk Israël leeft! En Israël heeft er zoals bekend het Poerimfeest aan over gehouden.
Daarvóór, waar het begonnen is en Israël nog geen volk was, wilde de Farao van Egypte de Israëlieten de zee indrijven en kwam daar zelf in om. Hier hielden we Pesach aan over!

Een aantal eeuwen later was het Antiochus Epifanes, de koning van Syrië, die zich aan het volk vergreep en kwam het volgende feest erbij: Chanoeka.

En om nog een voorbeeld uit het recente verleden te noemen: nadat het leven van Hitler na zijn smadelijke nederlaag in een zelfmoord eindigde heeft hij er wel toe bijgedragen dat het volk Israël in 1948 een eigen staat oprichtte, terugkeert naar het land der vaderen en er wéér een feest heeft bijgekregen: Jom Haätsmaoet.

In deze tijd ge- en herdenken we de bevrijding van 75 jaar geleden, het eerst in Auschwitz en later dit jaar op veel andere plaatsen. We kunnen niet anders dan daarbij stilstaan, ieder van ons op eigen wijze met eigen gedachten en (overgeleverde) herinneringen. Voor velen nog steeds een dagelijkse realiteit en altijd met de vraag hoe dit alles heeft kunnen gebeuren. Een levenslang vraagstuk dat ons blijft bezighouden.

Ten kwade gedacht, ten goede gekeerd

En zo komen we terug bij de woorden van Zeres, de vrouw van Haman in Esther 6:13: “En indien hij van het zaad der Joden is, zult gij niets tegen hem kunnen ondernemen.” Het zaad der Joden is niet uit te roeien. Wie iets tegen het volk van Israël onderneemt komt zelf ten val. Deze wijze woorden zijn door de geschiedenis vele malen bevestigd en bewaarheid. Maar in de eerste plaats geldt dit voor de Messias, Hij is immers hét zaad der Joden. Daarom kon zelfs de dood hem niet vasthouden. Want God, de God van Israël, heeft Hem opgewekt. Hij is opgestaan en leeft! Na 19 eeuwen viert de gemeente van Israëls Messias nog altijd het feest van de opwekking van de Messias: Paasfeest.

Ook al verzet ons volk zich tegen Hem en tegen hen die Hem als Messias belijden, het is vergeefse moeite. Uiteindelijk zal Israël dat zelf ervaren. En hopelijk zullen ook alle vijanden van Israël gaan inzien en erkennen dat alle pogingen om Israël uit te roeien zullen mislukken.

In die zekerheid kunnen we verdergaan, onszelf en anderen bemoedigend in die hoop en dat geloof. Want de Messias leeft en wij met Hem: “Gezegend Hij die komt in naam des Heren.” Moge die tijd spoedig aanbreken voor Israël en de volken, hopelijk in onze dagen.

 

Gezegend Hij die komt in naam des Heren

 

Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van maart 2020

Gelijksoortige artikelen