Drs. Albert Groothedde
Tijdens zijn predikantsstudie aan de Protestantse Theologische Universiteit verdiepte Albert Groothedde zich in de Bijbeluitleg van messiasbelijdende Joden. Dit artikel, ontleend aan zijn recente masterscriptie, schetst de belangrijkste schrijvers uit de periode 1700–1945 (red.).
Evangelieverkondiging
Joodse volgelingen van Jezus zijn er de eeuwen door altijd geweest. In de negentiende eeuw neemt hun aantal substantieel toe. De Jewish Encyclopedia meldt dat zich in de negentiende eeuw maar liefst 204.542 Joden bekeren tot het christendom. Deze trend zet zich voort in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Sommige Joodse bekeerlingen gaan aan de slag als geestelijke. Zo groeit het aantal voorgangers met een Joodse achtergrond in de Anglicaanse Kerk van 8 in 1836 en 104 in 1855 naar meer dan 200 aan het einde van de negentiende eeuw. Onder hen zijn er ook die zich bezighouden met Bijbeluitleg.
Bijbelcommentaren
Eeuwenlang zijn er geen Bijbelcommentaren voorhanden van messiasbelijdende Joden. De primeur is weggelegd voor Johann Kemper (1670-1716). Tussen 1700 en 1710 vertaalt de gewezen rabbijn het Mattheüsevangelie in het Hebreeuws en voorziet hij het Bijbelboek van uitleg. Enkele decennia later verschijnt een Hebreeuws commentaar op Lukas van de messiaanse Jood Heinrich Christian Immanuel Frommann (?-1735).
In de negentiende eeuw verandert dit. Er verschijnen verschillende Bijbelcommentaren van messiaans-Joodse auteurs (zie hieronder). Een daarvan is van de hand van Jechiël Zwi Lichtenstein (1831-1912). Hij verzorgt als eerste messiasbelijdende Jood in de geschiedenis een commentaar op het complete Nieuwe Testament.
Jechiël Zwi Lichtenstein
De wieg van Jechiël Zwi Lichtenstein staat in Bessarabië, het huidige Moldavië. Jechiël krijgt een klassiek-joodse opvoeding. Als jongeman studeert hij Talmoed en Kabbala aan een jesjiva. Vervolgens werkt de veelbelovende Lichtenstein enige tijd als chassidisch ‘rebbe’ in Lasi (een stad in het huidige Roemenië).
Lichtenstein is een fervent lezer. Op een keer tikt hij voor een gering bedrag het Nieuwe Testament op de kop. Het leidt tot een ommekeer in zijn leven. Lichtenstein komt samen met enkele andere Joodse vrienden tot de overtuiging dat Jezus de Messias is. Dit wordt door hun omgeving niet geaccepteerd; zij worden verstoten. Lichtenstein verhuist naar Duitsland; zijn vrienden keren onder zware druk terug tot het jodendom.
In oktober 1868 ontmoet Lichtenstein in Duitsland de invloedrijke christelijke hebraïst Franz Delitzsch (1813-1890). Delitzsch is onder de indruk van de bekeerde Jood: ‘Een bijzonder mens, een uitzonderlijke kenner van de Talmoed en de Kabbala, maar - wat nog belangrijker is - iemand die de Heer Jezus vurig liefheeft als Gods mensgeworden zoon.’
Apologeet
Een belangrijk deel van zijn leven werkt Jechiël Zwi Lichtenstein als docent aan het Institutum Judaicum Delitzschianum in Leipzig. Door zijn studenten wordt hij gekscherend de ‘oude rebbe’ genoemd. Lichtenstein overlijdt op 12 februari 1912.
Lichtenstein schrijft onder anderen een Hebreeuwstalig commentaar op het Nieuwe Testament dat tussen 1891 en 1904 verschijnt. Het bestaat oorspronkelijk uit acht delen.
Lichtenstein publiceert bewust in het Hebreeuws en Jiddisch omdat hij ernaar verlangt om het evangelie te delen met zijn Joodse volksgenoten. Deze keuze heeft, zo beseft hij ook zelf, een schaduwzijde: ‘De Joden kunnen deze werken lezen, maar zij willen het niet; de gojiem willen het lezen, maar zij kunnen het niet.’
Stamboom
In zijn commentaar op Mattheüs gaat Lichtenstein onder andere in op de structuur van het geslachtsregister van Jezus. Dit geslachtsregister roept bij christelijke theologen nogal eens vragen op. Dat is onnodig, stelt Lichtenstein. Volgens hem is het geslachtsregister opgesteld ‘conform alle regels van de joodse wetenschap.’
Met een uitvoerig beroep op joodse bronnen toont Lichtenstein aan hoe zorgvuldig Mattheüs te werk is gegaan. Daarvoor is een reden, schrijft hij. Mattheüs moest vanaf het begin anticiperen op elk bezwaar dat zijn ‘scherpzinnige en spitsvondige tegenstanders’ zouden inbrengen.
Een deel van het commentaar van Lichtenstein is voor christenen goed te begrijpen. Andere overwegingen zijn onnavolgbaar. Desondanks is het betreurenswaardig dat het Bijbelcommentaar van Lichtenstein tot dusver slechts door weinigen te raadplegen is. Daardoor loopt de geïnteresseerde christelijke lezer veel waardevols mis. In 2002 verschijnt er bij een messiaans-Joodse uitgever in Jeruzalem een herdruk van zijn commentaar. Naar verluidt wordt er ook gewerkt aan een Engelse uitgave. Een loffelijk streven!
Messiaans-Joodse Bijbeluitleggers
Er zijn tussen 1789 en 1945 verschillende messiaans-Joodse Bijbeluitleggers actief in Europa. De meesten werken in Engeland. Onder hen: Alfred Edersheim (1824-1889), Adolf Saphir (1831-1891), Christian David Ginsburg (1831-1914), David Baron (1855-1926) en Paul Phillip Levertoff (1878-1954).
In Duitsland zijn werkzaam: Johann August Wilhelm Neander (1789-1850), Joachim Heinrich Biesenthal (1804-1886) en Jechiël Zwi Lichtenstein (1831-1912). Messiaans-Joodse Bijbeluitleggers in Nederland zijn: Isaac da Costa (1798-1860) en Philippus Samuel van Ronkel (1829-1890).
De auteur is proponent in de Protestantse Kerk en werkzaam als theologisch medewerker bij Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van januari-februari 2026.
