Marjorie W. Eberlé-Gotlib
Uit de brieven aan de Korinthiërs weten we hoe hard Paulus moest strijden tegen de wantoestanden in de heidenchristelijke kerken die hij had gesticht. Als reactie op de heidense immoraliteit voelden de judaïsten dat het houden van de Wet nodig was. De Galaten, die hierover ook wanhopig waren, zouden hun mening wel eens gedeeld kunnen hebben.
Leven door de Geest
In de Galatenbrief leert Paulus ons dat niet het zich houden aan de Wet, maar leven met een hart dat gericht is op Gods Geest (5:16), het enige middel is om deze misstanden te tegen te gaan. Dan zal het vlees niet de overhand krijgen. Messiasbelijders dienen ‘door de Geest te wandelen’, zich door de Geest te laten leiden (5:18), ‘door de Geest te leven’, ‘door de Geest te wandelen’ (5:25) en ‘in de Geest te zaaien’ (6:8). Al deze beelden zijn variaties van één en hetzelfde, namelijk ons leven geheel en voortdurend onder de controle en leiding van de Heilige Geest stellen.
Dat is niet krampachtig alle verkeerde neigingen trachten te onderdrukken, want dan is men toch weer bezig een wet te houden. Ons vlees en zijn begeerten gaan juist in tegen Gods Geest!
Hoe doe je dat, leven door de Geest?
“Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen” (5:25). Er zijn mensen die mij vragen: “Hoe doe je dat, leven door de Geest?” Mijn antwoord is: “Blijf in het geloof en ga tot God. Vertel Hem dat u Zijn geboden niet kunt houden, maar dat u ervan overtuigd bent dat Jesjoea voor al uw tekorten door Zijn gerechtigheid de losprijs heeft betaald. Pleit op Gods grote genade en Hij zal u Zijn Geest zenden, die u zal leiden tot de vruchten van de Geest. Dan zal de liefde de voorrang krijgen, want Gods Wet gaat in vervulling als wij door de Geest ons leven laten beheersen.”
2 Kor. 3:5-6 zegt immers: “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter (= de Wet) maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.
Galaten 5:25
De werken van het vlees
In Galaten 19-21 worden de werken van ons vlees opgesomd. Sommige daarvan zijn typische verdorvenheden van het heidendom in Paulus’ tijd. En hoewel de heidense moralisten in zijn tijd deze kwade zaken ook afschuwelijk vonden, waren zij van mening dat ze geheel in tegenstelling stonden tot de ware aard van de mens. Paulus daarentegen beschouwde ze als geheel natuurlijke en onvermijdelijke resultaten van onze gevallen menselijke aard. Ja, zegt Paulus in vers 19, wat er in de menselijke aard leeft, is voor iedereen duidelijk zichtbaar.
De vrucht van de Geest
In Galaten 5:22 en 23 wordt de vrucht van de Geest opgesomd: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Al deze negen werkingen van de Geest bij Messiasbelijders worden ‘vrucht’ genoemd. Er staat niet ‘werken’! Werken worden door arbeid verkregen; hier is iets heel anders aan de orde. Vruchten groeien aan een boom of struik, en dat gebeurt vanzelf. En als wij die goede vruchten vertonen, dan zijn wij als die bomen: zij hebben takken, bladeren en vruchten zonder zich daarvan bewust te zijn. Elke voorbijganger ziet ze wel en kan zich eraan tegoed doen; de boom zelf ziet ze niet. De Wet was dan ook nooit bedoeld voor mensen die zulke goede gezindheden laten zien (5:23).
Vertrouwen op de Geest, een praktijkvoorbeeld
Een voorbeeld van hoe God ons bekwaam maakt en ons in het goede spoor houdt door Zijn Heilige Geest, is mij verteld door een medegelovige, een Joodse vrouw uit Noorwegen. Na Jesjoea als haar Verlosser te hebben leren kennen, was zij uit Roemenië naar Oslo gevlucht. Bij het verkrijgen van een woning raakte zij verwikkeld in een juridisch proces dat zij naar de mens gesproken moest verliezen. Maar ze zei: “Marjorie, ik vertrouw op de woorden van de Masjiach, die Hij sprak in Mattheüs 10:19-20: ‘Maar wanneer zij u overleveren, moet u niet bezorgd zijn hoe of wat u spreken moet, want het zal u op dat moment gegeven worden wat u spreken moet. Want u bent het niet die spreekt, maar de Geest van uw Vader, die in u spreekt.’”
De zaak werd door haar gewonnen. Zij was haar eigen advocaat geweest, en haar winnende betoog was een kort, duidelijk relaas geweest van naar waarheid vertelde feiten.
Uit: M.W. Eberlé-Gotlib, commentaar op de Galatenbrief
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van mei/juni 2026
