rabbijn Daniel Zion
Nee niet ik, niet ik, alleen u Jezus in mij!
Alleen u brengt mij voor de God van mijn vaderen,
Alleen u kunt mij genezen, van iedere boze ziekte,
Alleen u leert mij alle schepselen lief te hebben,
Alleen u leert mij zelfs de vijand lief te hebben,
Nee niet ik, niet ik, alleen u Jezus in mij!
Daarom wil ik in uw liefde blijven,
voor altijd wil ik in uw wil blijven,
Nee niet ik, niet ik, alleen u Jezus in mij!
Op 6 december 1948 kwam rabbijn Daniel Zion vanuit Bulgarije aan in Haifa. Hij vestigde zich in Jaffa, waar hij de rabbijn werd van een grote Bulgaarse gemeenschap. In 1950 vernam het rabbinaat in Tel Aviv dat hij in Messias Jezus geloofde. Tevergeefs werd geprobeerd om hem daarvan af te brengen. Hij verklaarde een visioen van God te hebben ontvangen waarin het Joodse volk werd opgeroepen Jezus als Messias te aanvaarden. Ook schreef hij een brief aan de Knesset met diezelfde oproep.
Nadat rabbijn Daniel zijn geloof openlijk had beleden, ontnam het opperrabbinaat hem zijn rabbijnstitel, waarmee hij feitelijk veroordeeld werd tot de bedelstaf. Pogingen om hem te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis mislukten, omdat hij onder de bevolking veel respect genoot. Uiteindelijk werd afgesproken dat hij tijdens de synagogediensten niet over Jezus zou spreken, maar daarbuiten wel.
Alle financiële hulp wees hij af. Ontvangen giften gaf hij grotendeels aan de armen. Nadat hij van kibboets Yad Mordechai een bijenkast had gekregen, at hij vooral nog honing en gedroogd fruit …
Rabbijn Daniel Zion schreef enkele honderden gedichten over de Messias.
Bron: Avi Mizrachi en Kathi Macias, Erfenis van hoop; Comité Gemeentehulp Israël (2025).
