rabbijn I. Maarsen
Hillel zei: “Wanneer ik niet voor mij zorg, wie zorgt dan voor mij? Maar wanneer ik voor mij alleen zorg, wat ben ik dan? En wanneer niet nu, wanneer dan?” Pirkee Avot 1:14
Een spreuk die getuigt van een gezonde levensopvatting en het juiste midden houdt tussen het dienen van het eigenbelang en het streven naar verbetering van het lot van anderen. Wanneer de mens zich te veel aan de gemeenschap geeft, kunnen zijn eigen zaken veel schade lijden. Wanneer hij niet voor zijn eigen welzijn arbeidt, kan hij moeilijk verwachten dat iemand anders dit voor hem zal doen. Maar wie denkt dat hij daarmee zijn taak op de wereld heeft vervuld, heeft het ook mis. De plicht tot zorg voor de medemens rust op iedereen. De gelegenheid om voor iemand anders iets te doen, wordt alleen in dít leven geboden. Aan gene zijde van het graf kunnen we niets voor anderen betekenen. Laten we daarom dit niet uitstellen tot later. Want wanneer niet nu, wanneer dan wel?
Uit: Maarsen, I. De spreuken der vaderen. W.J. Thieme & Cie, 1932
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van januari-februari 2026
