Rabbi David Ashear
De pasoek [1];zegt: “Werp je last op de Heer, en Hij zal je onderhouden.”
De maggid [2] van Dubno (1740-1804) verklaarde dit vers door middel van een gelijkenis:
Een arme man reisde met een loodzware tas op zijn rug. Terwijl hij langs de weg loopt, komt een rijke man in een royaal rijtuig voorbij. Hij ziet de arme reiziger, brengt het rijtuig tot stilstand en biedt de arme man vriendelijk een lift aan. Deze stapt in en het rijtuig vervolgt z’n weg. Een paar tellen later merkt de rijke man op dat zijn gast nog steeds zijn zware tas draagt.
Rabbi Simlai leefde in de derde eeuw in Palestina en was een beroemd Talmoedgeleerde. In de Misjna (deel Neziekien, traktaat Makkot 23b) zegt hij:
“Zeshonderd en dertien geboden werden aan Mozes gegeven, 365 negatieve geboden, overeenkomstig het aantal dagen van het jaar, en 248 positieve geboden,
Rabbijn I. Maarsen
Van alle gevoelens waar de mens last van kan hebben, zijn haatgevoelens misschien wel het schadelijkst voor de mens. Dergelijke gevoelens ontstaan op verschillende manieren.
Heel vaak zijn haatgevoelens gericht tegen mensen die ons geen kwaad gedaan hebben, maar die meer dingen kunnen of hebben dan wij.
Er kunnen echter ook gegronde redenen zijn om een hekel aan iemand te hebben. Er zijn mensen die ons leven heel onaangenaam maken. We zijn dan geneigd het kwaad en de kwaadstichter te vereenzelvigen in plaats van alles in het werk te stellen de betreffende persoon op andere gedachten te brengen. Niet voor niets beveelt de Thora: “Ge zult uw broeder in uw hart niet haten, openlijk zult u hem terechtwijzen (Lev. 19:17).”
Pagina 2 van 2