Joseph Isaac Schneersohn, gered door christenen van Joodse afkomst

dr. P.A. Siebesma

Onlangs las ik het boek van Bryan Mark Rigg, hoogleraar militaire geschiedenis, ‘The Rabbi Saved by Hitler’s Soldiers’. Hierin wordt verteld hoe Duitse Abwehrsoldaten de Lubavitcher Rebbe, Joseph Isaac Schneersohn uit bezet Europa redden. Deze was de voorganger en schoonvader van de zevende en laatste Lubavitcher rebbe, Menachem Mendel Schneerson (1902-1994). 

Paulus ontmoet de Messias

Dr. Pieter A. Siebesma

De belangrijkste bron voor onze kennis van de Joodse gelovigen in de verstrooiing 2000 jaar geleden is het Nieuwe Testament zelf. In de Handelingen van de apostelen lezen we uitvoerig over de zendingsreizen van Paulus, die in tegenstelling tot de apostel Petrus (Gal. 2:7,8) weliswaar geroepen was om onder de heidenen te werken, maar bij wie we toch veel Joodse christenen tegenkomen.

Philippus Samuel van Ronkel

Dr. Pieter A. Siebesma

Messiasbelijdende Joden hebben vaak een sterke Joodse identiteit. Deze identiteit is meestal niet gebaseerd op de orthodox-joodse godsdienst, maar uit zich op andere terreinen. In het vorige artikel werd het aspect “Israël en Zionisme” besproken aan de hand van de levens van Sophie van Leer en David Baron. Nu wil ik een ander ervaringsgebied noemen, dat ook door Prof. Dr. I. B. H. Abram (“Joodse identiteit”, Kampen 1993) wordt verbonden aan de Joodse identiteit: het antisemitisme.

Sophie van Leer (1892-1953)

Dr. Pieter A. Siebesma

Wat houdt een Joodse identiteit in? Is dat wanneer je orthodox-joods bent en je aan alle regels van de Halacha houdt? Als dat zo is, dan zou de meerderheid van Joden wereldwijd geen Joodse identiteit hebben? En dan zouden Messiasbelijdende Joden dat evenmin hebben. Maar de realiteit is anders. Messiasbelijdende Joden (zie alleen al de naam) hebben meestal een sterke Joodse identiteit. Ook bij hen is dat meestal niet gebaseerd op de orthodox-joodse godsdienst, maar uit het zich op andere terreinen.

Prof. Dr. I. B. H. Abram (zie “Joodse identiteit”, Kampen 1993) verbindt aan de Joodse identiteit vijf ervaringsgebieden. Een daarvan is “Israël en Zionisme”. Dat zie je terug bij veel Messiasbelijdende joden. Ik wil dat illustreren aan de hand van twee voorbeelden.

Sophie van Leer (1892-1953) groeide op in een traditioneel en warm Joods gezin in Nijmegen. Omdat ze als klein meisje dacht dat God alleen Hebreeuws verstond, leerde ze heel goed Hebreeuws.

Alter Mendel Rottenberg

Aanvankelijk was Rottenberg lid van de NVJC, de Nederlandse Vereniging van Joden Christenen, de vooroorlogse voorloper van Hadderech. Hij vond een dergelijke vereniging wenselijk. In de Elimbode van januari 1935 noemde hij hiervoor drie redenen. Deze zijn ook vandaag nog geldig.

  1. Om ons Christelijk geloof als Joden te handhaven tegenover onze Joodse broeders die niet in de Messias geloven.
  2. Om liefde te betonen aan die Joodse broeders die om Christus’ wil alles verlaten hebben. 
  3. Om in de kerk van Christus de hoop van Israël levend te houden. Dit is van het grootste belang, zowel voor Israël als voor de kerk zelf. En als Joodse christenen moeten wij van de kerk vragen dat ze de Jood teruggeven wat God hem heeft verleend; en wel omwille van haarzelf en omwille van de komst van Gods Koninkrijk.

Ontmoeting in 1960 tussen David Ben Goerion en -toen- patriarch Hakim

Dr. Gershon Nerel

De eerlijkheid gebied te zeggen dat niet alle Joodse discipelen van Jesjoea aanhangers zijn of waren van de Zionistische visie om in onze dagen het Joodse thuisland in het land Israël te herbouwen.
Nachum Levison, een vooraanstaande Messiasbelijdende Jood voor de Tweede Wereldoorlog, bepleitte bijvoorbeeld de vestiging van de Joden in Mesopotamië. De journalist Abram Poljak, in 1935 nog enthousiast afgereisd naar het toenmalige Palestina om daar een Joods-christelijk persagentschap te vestigen onder het motto: “Het is een Joodse plicht Zionist te zijn”, keerde in 1940 terug naar Europa. Hij was teleurgesteld in de Zionistische leiders die “de Arabieren onderwaardeerden en verzuimden met hen tot een vergelijk te komen in een broederlijke geest.”

Alter Mendel Rottenberg

Pieter Siebesma 

Nederland krijgt eindelijk een tastbaar gedenkteken waar de 102.000 Joden en 220 Sinti en Roma zowel individueel als collectief kunnen worden herdacht. De beoogde locatie is de Weesperstraat in Amsterdam die voor de Tweede Wereldoorlog nagenoeg voor 100 procent door Joden bewoond werd.

Omdat over het lot van de Joodse christenen tijdens de Holocaust weinig bekend is, vroeg het bestuur van Hadderech WO-II-deskundige Pieter Siebesma een korte beschrijving te geven van een aantal van hen.

De opstand onder Bar Kochba naar een schilderij van Arthur Szyk (1927)

Dr. Pieter A. Siebesma

De vorige maand lazen we over de Joodse Messiasbelijders van het eerste uur en wat de oudste christelijke geschriften over hen vertellen. Een andere bron van informatie vormen de rabbijnse geschriften, zoals de T almoed.
Omdat de Joodse christenen in een Joodse cultuur en leefomgeving leefden, is het vanzelfsprekend dat zij contacten onderhielden met niet-christelijke Joodse familieleden en kennissen. Er werd met elkaar gediscussieerd, soms op een vriendelijke wijze, soms op een minder prettige manier.

Dr. Pieter A. Siebesma

Dr. Pieter A. Siebesma

Volgens de overlevering vluchtten de Joodse christenen tijdens de belegering van Jeruzalem naar Pella, een Griekse stad ten oosten van de Jordaan. Niet alle Joodse christenen verlieten Jeruzalem. Tussen het jaar 70 en het jaar 132 moet er een bloeiende Joods-christelijke kerk in Jeruzalem zijn geweest. Hieronder wil ik nagaan wat bekend is van de geschiedenis van de Joodse christenen in het tijd tussen de twee opstanden tegen de Romeinen, tussen het jaar 70 en het jaar 132. Wat weten we over hen?

Citaten

Wie is wijs? Die van anderen leert. Wie is een held? Die zijn driften beteugelt. Wie is rijk? Die van vreugde vervuld is om zijn deel. Wie wordt geëerd? Wie de mensen eer geeft..


(Pirkee Avot, Spreuken der Vaderen)