Joel Chernoff

Joop Akker

Op 7 augustus was er voor het eerst sinds 2011 weer een vergadering van het uitvoerend comité van de International Messianic Jewish Alliance (IMJA). Deelnemers waren de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitters van de aangesloten landelijke verenigingen van Messiasbelijdende Joden, of hun vertegenwoordigers. Het was voor het eerst in de geschiedenis online vanwege de coronabeperkingen en het ontbreken van de financiële middelen om elkaar fysiek te ontmoeten. Ik nam de honneurs waar voor onze voorzitter, die wegens vakantie verhinderd was.
16 personen uit 12 verschillende landen namen deel. Hieronder Argentinië, Canada, Colombia, Duitsland, Engeland, Mexico, Nieuw-Zeeland, Uruguay, de VS en Zwitserland. Ook Israël was vertegenwoordigd door haar voorzitter Chanan Lukatz.

Yeanette Levy

Yeanette Levy

We houden vast aan onze visie om de boodschap van Yeshua naar alle Joden van Mexico te brengen, en om alle Joden en alle gelovigen in Yeshua te verenigen in de Messiaans-Joodse vereniging van Mexico.

Sinds 1990 houden we jaarlijks onze 5-daagse Mashiach-conferentie in het Sheraton Hotel van Puerto Vallarta. Daarbij nodigen we altijd vier rabbi’s of Messiaanse leiders uit als sprekers. Vanwege de corona-pandemie moesten we onze conferentie dit jaar uitstellen naar 2021.

Vladimir Pikman, op het terras van zijn woning in Berlijn tijdens het Zoom-interview op 13 juli 2020

Joop Akker

Fritz Majer-Leonhard (1915-1995) was jarenlang de voorzitter van de Duitse vereniging van Messiasbelijdende Joden, waarvan na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks meer iets was overgebleven. Wanneer we hem ontmoetten tijdens internationale bijeenkomsten drukte hij zijn gevoelens vaak uit met Paulus’ woorden “Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld.” Hij mocht nog net meemaken dat in deze situatie een keer ten goede kwam nadat, na de val van de Berlijnse Muur, de Duitse regering in 1991 besloten had om de Russische Joden van Duitse afkomst in de gelegenheid te stellen naar Duitsland terug te keren. 

Nathan en Anna Berlijn werden o.a. belast met het distribueren van voedselbonnen ten behoeve van ondergedoken Joden.

Pieter A. Siebesma

Nathan Levi Berlijn (1903-1999) uit Rotterdam kwam na de geboorte van hun oudste dochter eind van de jaren twintig tot een levend geloof in de Messias. Samen met zijn niet-Joodse vrouw raakte hij betrokken bij het werk van de ‘Nederlandsche Vereeniging van Joden-Christenen’ (NVJC) en bereidde zich voor op emigratie naar Palestina om daar in een Joods-christelijke kibboets te gaan werken. Door de onzekere politieke situatie ging dit niet door en kwamen ze in Soest terecht.

Nathan en Anna Berlijn-Horde

Nathan Levi Berlijn

Er deden heel wat optimistische geruchten de ronde in het door de nazi's bezette Nederland. De Amerikanen waren al over de Rijn. Het Franse geallieerde leger marcheerde veel Duitse steden binnen en het Canadese leger heroverde veel Nederlandse steden. 0p 8 mei waren ze Amsterdam binnengetrokken. Het scheen ons toe dat nu het juiste tijdstip was gekomen om de grote bus oranje verf aan te breken, die tot dan toe nog steeds verstopt stond in de kelder. We hadden het er druk mee om de rood-wit-blauwe en ook oranje kralen te schilderen, teneinde er zeker van te zijn dat de halskettingen op tijd klaar waren. We moesten echter voorzichtig blijven, en ze niet té vroeg verkopen, maar ook niet te lang wachten. We wisten dat, zodra de bevrijding een feit zou zijn, de Nederlandse bevolking heel graag haar loyaliteit zou willen tonen aan koningin en vaderland en bereid zou zijn alles te dragen waar de nationale kleuren in zaten.

THE BRITISH MESSIANIC JEWISH ALLIANCE

Richard Harvey

Sinds de komst van Joodse mensen in Engeland (1066) is er een klein maar niet onaanzienlijk aantal Joodse gelovigen in de Messias in dit deel van de wereld geweest. In 1232 stichtte koning Henry III een tehuis voor ‘bekeerde’ Joden in Londen, Domus Conversorum, dat bleef bestaan tot 1891. Het verschafte veiligheid en voorzag in het levensonderhoud van die Joden die zich tot het christendom hadden bekeerd. Maar hen werd niet toegestaan om als Joden te blijven leven. Soortgelijke instellingen volgden in Bristol, Oxford en Greenwich, en stonden open voor ieder Joods persoon die christen was geworden. Na de verdrijving van alle Joden uit Engeland in 1299 waren zij de enigen die mochten blijven.

Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen

Joop Akker

Vorige maand verscheen Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen, geschreven door Pieter Siebesma. Het is, bij mijn weten, het eerste Nederlandstalige boek dat een overzicht geeft van 2000 jaar Messiasbelijdende Joden. Het is uitgekomen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.
In dit boek komt u niet alleen bekende namen tegen zoals Isaäc Da Costa, Heinrich Heine en Karl Marx maar ook een groot aantal minder bekende personen. We ontmoeten mensen van wie we veel kunnen leren en anderen die ons leren hoe het niet moet.

Babylonische Talmoed

Pieter A. Siebesma

In het vorige artikel ben ik vooral ingegaan op de situatie van de Joodse christenen in het westelijk gedeelte van het Romeinse Rijk. Voor de Joodse gelovigen in Israël, Syrië  en Irak zijn we met name aangewezen op de in het Aramees en Hebreeuws geschreven rabbijnse literatuur uit die tijd, zoals de Talmoed.

Volgelingen van een bastaard-Jood

In de Babylonische Talmoed treffen we een aantal verwijzingen aan naar Jezus en naar zijn Joodse volgelingen. De Babylonische Talmoed stamt uit de vier­de en de vijfde eeuw en bestaat uit de Misjna als basis en de com­menta­ren daarop, die Gema­ra wordt genoemd. In feite bestaan er twee Talmoeds, een samengesteld in Palestina (de Jeruzalemse of Palestijnse Tal­moed) en een samengesteld in Irak (de Babylonische Talmoed).

Pieter A. Siebesma

Over de Joodse christenen in het Romeinse Rijk in de tweede en derde eeuw weten we minder af dan over die in het land van Israël. Er zijn interessante studies verschenen, waarin men probeert te berekenen hoe groot het aandeel van de Joodse christenen binnen de kerk was. Volgens één opvatting waren er in het jaar 250 in het Romeinse Rijk ongeveer een miljoen christenen. Van hen zou tien procent (100.000) van Joodse komaf zijn geweest. Dat lijkt veel, maar ze vormden op het totaal van de vijf miljoen Joden een kleine minderheid (2%). Opmerkelijk is dat ook vandaag de dag het aantal Joodse christenen op 1 á 2 % van de totale Joodse bevolking wordt geschat.

Citaten

Ik begon nu ook mijn zonden te voelen of, beter gezegd, mijn algehele ellende. Maar dit gevoel smolt weg in Gods liefde. Nu had ik in de Messias mijn leven gevonden.


(Dr. A. Capadose, 1795-1874. Sefardisch-Joodse arts, vriend van Isaäc da Costa, behoorde tot het Réveil.
Uit: de bekering van Dr. A. Capadose, blz. 50)