Nathan en Anna Berlijn werden o.a. belast met het distribueren van voedselbonnen ten behoeve van ondergedoken Joden.

Pieter A. Siebesma

Nathan Levi Berlijn (1903-1999) uit Rotterdam kwam na de geboorte van hun oudste dochter eind van de jaren twintig tot een levend geloof in de Messias. Samen met zijn niet-Joodse vrouw raakte hij betrokken bij het werk van de ‘Nederlandsche Vereeniging van Joden-Christenen’ (NVJC) en bereidde zich voor op emigratie naar Palestina om daar in een Joods-christelijke kibboets te gaan werken. Door de onzekere politieke situatie ging dit niet door en kwamen ze in Soest terecht.

Nathan en Anna Berlijn-Horde

Nathan Levi Berlijn

Er deden heel wat optimistische geruchten de ronde in het door de nazi's bezette Nederland. De Amerikanen waren al over de Rijn. Het Franse geallieerde leger marcheerde veel Duitse steden binnen en het Canadese leger heroverde veel Nederlandse steden. 0p 8 mei waren ze Amsterdam binnengetrokken. Het scheen ons toe dat nu het juiste tijdstip was gekomen om de grote bus oranje verf aan te breken, die tot dan toe nog steeds verstopt stond in de kelder. We hadden het er druk mee om de rood-wit-blauwe en ook oranje kralen te schilderen, teneinde er zeker van te zijn dat de halskettingen op tijd klaar waren. We moesten echter voorzichtig blijven, en ze niet té vroeg verkopen, maar ook niet te lang wachten. We wisten dat, zodra de bevrijding een feit zou zijn, de Nederlandse bevolking heel graag haar loyaliteit zou willen tonen aan koningin en vaderland en bereid zou zijn alles te dragen waar de nationale kleuren in zaten.

THE BRITISH MESSIANIC JEWISH ALLIANCE

Richard Harvey

Sinds de komst van Joodse mensen in Engeland (1066) is er een klein maar niet onaanzienlijk aantal Joodse gelovigen in de Messias in dit deel van de wereld geweest. In 1232 stichtte koning Henry III een tehuis voor ‘bekeerde’ Joden in Londen, Domus Conversorum, dat bleef bestaan tot 1891. Het verschafte veiligheid en voorzag in het levensonderhoud van die Joden die zich tot het christendom hadden bekeerd. Maar hen werd niet toegestaan om als Joden te blijven leven. Soortgelijke instellingen volgden in Bristol, Oxford en Greenwich, en stonden open voor ieder Joods persoon die christen was geworden. Na de verdrijving van alle Joden uit Engeland in 1299 waren zij de enigen die mochten blijven.

Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen

Joop Akker

Vorige maand verscheen Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen, geschreven door Pieter Siebesma. Het is, bij mijn weten, het eerste Nederlandstalige boek dat een overzicht geeft van 2000 jaar Messiasbelijdende Joden. Het is uitgekomen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.
In dit boek komt u niet alleen bekende namen tegen zoals Isaäc Da Costa, Heinrich Heine en Karl Marx maar ook een groot aantal minder bekende personen. We ontmoeten mensen van wie we veel kunnen leren en anderen die ons leren hoe het niet moet.

Babylonische Talmoed

Pieter A. Siebesma

In het vorige artikel ben ik vooral ingegaan op de situatie van de Joodse christenen in het westelijk gedeelte van het Romeinse Rijk. Voor de Joodse gelovigen in Israël, Syrië  en Irak zijn we met name aangewezen op de in het Aramees en Hebreeuws geschreven rabbijnse literatuur uit die tijd, zoals de Talmoed.

Volgelingen van een bastaard-Jood

In de Babylonische Talmoed treffen we een aantal verwijzingen aan naar Jezus en naar zijn Joodse volgelingen. De Babylonische Talmoed stamt uit de vier­de en de vijfde eeuw en bestaat uit de Misjna als basis en de com­menta­ren daarop, die Gema­ra wordt genoemd. In feite bestaan er twee Talmoeds, een samengesteld in Palestina (de Jeruzalemse of Palestijnse Tal­moed) en een samengesteld in Irak (de Babylonische Talmoed).

Pieter A. Siebesma

Over de Joodse christenen in het Romeinse Rijk in de tweede en derde eeuw weten we minder af dan over die in het land van Israël. Er zijn interessante studies verschenen, waarin men probeert te berekenen hoe groot het aandeel van de Joodse christenen binnen de kerk was. Volgens één opvatting waren er in het jaar 250 in het Romeinse Rijk ongeveer een miljoen christenen. Van hen zou tien procent (100.000) van Joodse komaf zijn geweest. Dat lijkt veel, maar ze vormden op het totaal van de vijf miljoen Joden een kleine minderheid (2%). Opmerkelijk is dat ook vandaag de dag het aantal Joodse christenen op 1 á 2 % van de totale Joodse bevolking wordt geschat.

Joseph Isaac Schneersohn, gered door christenen van Joodse afkomst

dr. P.A. Siebesma

Onlangs las ik het boek van Bryan Mark Rigg, hoogleraar militaire geschiedenis, ‘The Rabbi Saved by Hitler’s Soldiers’. Hierin wordt verteld hoe Duitse Abwehrsoldaten de Lubavitcher Rebbe, Joseph Isaac Schneersohn uit bezet Europa redden. Deze was de voorganger en schoonvader van de zevende en laatste Lubavitcher rebbe, Menachem Mendel Schneerson (1902-1994). 

Paulus ontmoet de Messias

Dr. Pieter A. Siebesma

De belangrijkste bron voor onze kennis van de Joodse gelovigen in de verstrooiing 2000 jaar geleden is het Nieuwe Testament zelf. In de Handelingen van de apostelen lezen we uitvoerig over de zendingsreizen van Paulus, die in tegenstelling tot de apostel Petrus (Gal. 2:7,8) weliswaar geroepen was om onder de heidenen te werken, maar bij wie we toch veel Joodse christenen tegenkomen.

Philippus Samuel van Ronkel

Dr. Pieter A. Siebesma

Messiasbelijdende Joden hebben vaak een sterke Joodse identiteit. Deze identiteit is meestal niet gebaseerd op de orthodox-joodse godsdienst, maar uit zich op andere terreinen. In het vorige artikel werd het aspect “Israël en Zionisme” besproken aan de hand van de levens van Sophie van Leer en David Baron. Nu wil ik een ander ervaringsgebied noemen, dat ook door Prof. Dr. I. B. H. Abram (“Joodse identiteit”, Kampen 1993) wordt verbonden aan de Joodse identiteit: het antisemitisme.

Citaten

Gods liefde voor ons gaat het bevattingsvermogen van de mens te boven. Ik hoef mezelf alleen maar na te gaan, met m’n goede en slechte eigenschappen. Maar God trekt zich daar niets van aan. Hij heeft een doel met ons leven, en daar wijkt Hij niet van af. Laat God maar schuiven.


(Dave Hamburger, Dave’s ouders zijn voor WO-II gaan geloven dat Jezus de Messias is.

Telefoongesprek met Joop)