De Poerim-ratel, waarmee in de synagoge, bij het horen van de naam Haman, lawaai gemaakt wordt

Thea Ornstein

Op 11 maart viert het Joodse volk het Poerimfeest, een van de vrolijkste feesten op de Joodse kalender. Het is het gedenken van Gods overwinning door Esther in het gemene plan om het Joodse volk uit te moorden. Het ontbreken van Gods naam in dit Bijbelboek is in wezen onbelangrijk in verhouding tot de centrale boodschap van het boek Esther. Zelfs wanneer we zouden denken dat Hij er niet is, is Hij er toch. Altijd is Hij achter de schermen bezig met het regelen en het uitvoeren van de bijzondere gebeurtenissen opdat Zijn soevereine wil wordt volbracht.

Chanoeka

Isaac Bashevis Singer                                                                     

Het hele jaar mochten we van mijn vader, die rabbijn was in Warschau, geen spelletjes spelen. Vader zei dan: “Waarom tijd verspillen met zulke onzin. Het is beter om psalmen op te zeggen.” Als ik wat geld van mijn vader kreeg en ik hem vertelde dat ik er chocola, een ijsje of kleurpotloden voor wilde kopen, zei hij steevast: “Je zou er veel beter aan doen je geld te geven aan een arme, want liefdadigheid is erg belangrijk.”

Simchat Thora

Gottlieb Johannes Ornstein

Over de vraag of wij de Joodse feesten, al of niet in gewijzigde vorm, kunnen en willen meevieren wordt verschillend gedacht. Het is niet de bedoeling hier thans nader op in te gaan. Maar ook al laten we dit onbesproken, kunnen we toch min of meer onder hun bekoring komen. Vooral als we de moeite nemen ons de rituele handelingen in te denken die eraan verbonden zijn; of misschien die in onze herinnering terug te roepen, indien we vroeger daaraan persoonlijk hebben deelgenomen.

sjofarblazer
  • De rebbe van Koretz zei: “Het is heel gepast om te huilen tijdens de Hoge Feestdagen. Want zo laten we zien dat we, ondanks al onze schijnbare wijsheid en geleerdheid, als hulpeloze kinderen zijn, die huilen wanneer ze iets nodig hebben.”

  • De rebbe van Dzikov legde de zin uit die altijd gezegd wordt aan tafel bij Rosh Hasjanah: “Moge het de wil zijn van God dat we het hoofd worden en niet de staart.” Hij las het Hebreeuwse woord voor hoofd, rosh, als de beginletters van de volgende woorden: La’asot Ratson Avinoe Sje-basjamajiem, ‘om de wil te doen van onze hemelse Vader’.

  • Rabbi Joshua van Dzikov vertelde het volgende verhaal:

Pieter A. Siebesma

Als Sjawoeot en Pinksteren op één dag vallen

De uitstorting van de Heilige Geest vond plaats op de eerste dag van Sjawoeot of het Wekenfeest, 50 dagen (zeven weken en één dag) na Pesach. De relatie tussen Pesach (de bevrijding van Israël uit het slavenhuis van Egypte) en Pasen (de bevrijding van de gelovige door de dood en opstanding van de Messias) is voor veel christenen wel helder. Maar bij het Pinksterfeest is dat veel minder duidelijk. Wat hebben de windvlaag en de tongen van vuur, het spreken in vreemde talen, verschijnselen die plaats vonden bij de uitstorting van de Heilige Geest op de discipelen, te maken met Sjawoeot? Dit Pinksterfeest is echter veel Joodser dan we wel denken.

Reuven Kashani

Het is niet alleen in Israël maar ook in andere oosterse landen de gewoonte om op de graven van heilige en vereerde personen uit het verleden te bidden. Zo stond Sjawoeot, het feest van de Wetgeving op de Sinaï, in veel landen bekend als ‘het feest van het bezoeken van graven’. Onder de meest bekende en vaakst bezochte graven zijn die van Rabbi Meir Ba’al Hanes in Tiberias, die van Rabbi Sjimon Bar Jochai in Meron, die van Rabbi Sjimon Ha-tzaddik en van de profeet Samuël in de heuvels rond Jeruzalem.

Poerim

Poerim is een Bijbels vreugdefeest ter herinnering aan de redding van het Joodse volk van de vernietiging van alle Joden in het Perzische rijk, die Haman gepland had. Het feest valt altijd op de 14e Adar. Dit jaar is dat 20 maart. 

In het rijk van koning Ahasverus - in onze geschiedenisboeken bekend als Xerxes 1 – leefden de Joden “verstrooid en afgezonderd” (Esther 3:8). Vanwege een conflict tussen de koning en zijn gemalin Vasti gaf de koning bevel een tweede echtgenote voor hem te zoeken. De koning werd toen verliefd op de mooie Joodse Hadassa Bat Abigaïl uit het huis van koning Saul; haar Perzische naam was Esther. Haar oom Mordechai was niet erg gelukkig met de hele zaak en daarom vroeg hij zijn nichtje niet haar afkomst en haar volk bekend te maken.

Victor Buksbazen

Van 19-21 mei viert de synagoge Sjavoe’ot of het Wekenfeest. Gelijktijdig viert de Kerk het Pinksterfeest. Eenzelfde situatie als zo’n 2000 jaar geleden toen tijdens Sjavoe’ot de Heilige Geest uitgestort werd op de apostelen en ongeveer 3000 anderen.
Op diezelfde dag bracht een priester in de tempel een bijzonder offer: een beweegoffer van twee langwerpige gezuurde broden. Een toevallige samenloop van omstandigheden? Of heeft dit ons Messiasbelijders iets te zeggen?

De bazuin zal weerklinken en de doden zullen opstaan (1 Kor. 15: 52)

Joop Akker

Van woensdagavond 20 september tot vrijdagavond 22 september vieren Joden wereldwijd het begin van weer een nieuw jaar: Rosj Hasjana (lett.: hoofd/begin van het jaar).
De Joodse traditie kent tal van betekenissen toe aan Rosj Hasjana: Het zou de verjaardag van de wereld zijn: op deze dag werden Adam en Eva namelijk geschapen.
Op die dag zou God ieders lot in het komend jaar opschrijven in het Boek des Levens: Wie zal leven en wie sterven, wie zal arm en wie zal rijk zijn, wie zal vernederd en wie zal verhoogd worden?

Citaten

Jezus Christus werd als Koning van Israël bekend gemaakt door de engel bij de aankondiging (aan Maria): “God de Heere zal Hem het koninkrijk van zijn vader David geven en Hij zal over het huis van Jacob koning zijn in eeuwigheid (Luk. 1: 32 en33)”. Heeft Maria aan deze woorden een zogenaamd geestelijke zin kunnen hechten? Of is er nadien een andere engel gekomen om voor latere tijden de letterlijke zin van deze woorden weg te nemen?


(Isaäc da Costa, Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heere Jezus Christus in heerlijkheid, aangeboden aan de Vergadering van Evangelische Christenen te Parijs, in hun zitting van 30 augustus 1855)