Keppel
Revd. Ernest H. Cassuto

De zonde van het antisemitisme is zo oud als het Joodse volk zelf. De hele geschiedenis door is deze het symbool geweest van de strijd tussen God en satan, goed en kwaad, licht en duisternis. Satan is de grote vijand van God en zijn haat tegen de levende God komt tot uitdrukking in zijn haat tegen de Joden. Uit hen immers trad redding de wereld binnen en kwam Jezus voort. En ook het toekomstig heil ontspruit uit Israël. De Messias zelf zegt: “Het heil is uit de Joden (Joh. 4:22).” Daarom moet antisemitisme opgevat worden als verzet tegen Gods heilsplan.

Citaten van Joodse christenen

Indien de oordelen van God gedrukt hebben en nog drukken op het volk dat zijn Messias verworpen heeft, niet in een denkbeeldige zin maar in een letterlijke, historische zin; wie geeft ons het recht om van de letterlijke opvatting af te wijken wanneer het de wederaanneming en het herstel betreft van datzelfde volk Israël?


(Isaäc da Costa, Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heere Jezus Christus in heerlijkheid, aangeboden aan de Vergadering van Evangelische Christenen te Parijs, in hun zitting van 30 augustus 1855)